Duiven

Het wordt aangeraden te vaccineren tegen Paratyfus (Salmonella typhyrium var. Copenhagen) en tegen pokken. Tegen pokken kan men vaccineren met de veerfollikelmethode (vaccinatie met borsteltje waarbij men eerst enkele veren verwijdert) ofwel kan er een combinatievaccin Paramyxo-pokken gebruikt worden. Er bestaan ook afzonderlijke vaccins tegen het Paramyxovirus.
Jaarlijks alle duiven vaccineren, is verplicht voor deelname aan wedstrijdvluchten of tentoonstellingen
 

*Coccidiose


Coccidiose wordt veroorzaakt door ééncellige parasieten (Eimeria Labbeana en Eimeria Columbarum) en is de meest voorkomende parasitaire darmaandoening bij duiven. Volwassen duiven worden meestal niet ziek van coccidiose, jonge soms wel. Sterfte treedt  niet op. Echter veroorzaakt coccidiose wel een verminderde conditie, waardoor de vliegprestaties verminderen. Ook ziet men soms verminderde eetlust en lichte diarree.

De diagnose wordt gesteld door microscopisch onderzoek van de mest. Het is dan ook aan te raden regelmatig meststalen te laten onderzoeken tijdens het vliegseizoen.

Er zijn verschillende producten op de markt ter behandeling (Baycox, Coxi Plus, Emdotrim, …). Deze zijn echter heel belastend en het wordt dan ook afgeraden duiven te behandelen tijdens het vluchtseizoen.

Belangrijker echter is een goede preventie, nl. een goede hokhygiëne (dagelijks mest verwijderen en regelmatig gebruik vd gasbrander).

*Trichomonose of " 't geel"

Deze ziekte wordt veroorzaakt door een ééncellige parasiet van het slijmvlies van keel, bek, slokdarm en krop (Trichomonas Gallinae). De parasiet veroorzaakt slijm in de keel en bemoeilijkt zo de ademhaling. In ergere gevallen zien we gele punten in de keel en omliggende weefsels. Ook de lever en het hart kan aangetast worden. Bij nestjongen die door de ouders besmet zijn zien we soms naveltrichomonose.

De diagnose wordt gesteld door microscopisch onderzoek van een uitstrijkje van de keel.

Voor de behandeling kan men Ronidazole (Trichocure,...) gebruiken.


*Wormen

Duiven die lijden aan worminfecties zullen slechter verteren met vermageren en conditieverlies tot gevolg. We zien vnl. besmettingen met rondwormen (Ascaridia Columbae) en haarwormen (Capillaria spp.)

Diagnose gebeurt door microsopisch mestonderzoek. Rondwormen zijn soms zichtbaar met het blote oog, haarwormen niet.

De behandeling gebeurt via het drinkwater of individueel. Spoel- en haarwormen worden behandeld met Febantel (Avicas) en Fenbendazole (Panacur). Daarnaast moeten ook hygiënische maatregelen worden genomen (bij voorkeur branden cfr. coccidiose)

*Hexamithiase (Spironucleus columbae)

Dit is een ééncellige parasiet van de dikke darm die tot dezelfde familie behoort als de Trichomonas.

Hexamithiase komt vnl. voor bij jonge duiven. En geeft diarree en algemeen ziek zijn. Oude duiven kunnen drager zijn zonder symptomen.

De diagnose gebeurt door microscopisch onderzoek van verse faeces.

Behandeling: cfr. trichomonas.

*Escherichia coli-diarree

E. coli is een bacterie die darmontsteking veroorzaakt, vnl. bij jonge duiven. Men ziet groene slijmerige diarree, braken, anorexia, veel drinken,…

Behandeling bestaat uit antibiotica. Ook hier geldt weer dat preventie door een goede hygiëne van primordiaal belang is!

Vaak ziet men een combinatie van E. Coli en het adenovirus. Ook hier ziet men weer vnl. symptomen bij jonge duiven, typisch na een periode van stress (inkorven, overbevolking,...), nl. veel drinken, slechte eetlust, braken en diarree.

*Ornithose-complex (luchtweginfecties)

Verschillende factoren kunnen aan de oorzaak liggen van luchtweginfecties. Naast besmettelijke oorzaken (virussen vb. herpes, bacteriën, mycoplasmen) spelen omgevingsfactoren (tocht, overbevolking, stress,…) een belangrijke rol.

De chlamydia bacterie speelt een belangrijke rol. In tegenstelling tot de meeste andere bacteriën bevindt deze bacterie zich in het duivenhok. Dit is één van de redenen waarom ornithose vaak lange tijd op het hok aanwezig kan blijven en slechts mits langdurige medicatie verdwijnt.

 

De symptomen variëren van prestatievermindering bij lichte infecties tot duidelijke symptomen (vuile neus en ogen, open bek ademen, niet meer vliegen,…) bij erge infecties.

De behandeling van ademhalingsinfecties bestaat steeds uit het lang genoeg (min. 1 tot 6 weken)verstrekken van een geschikt

antibioticum (doxycycline 500 mg/l). Meestal is behandeling via het drinkwater het meest aangewezen.

Het gebruik van oogdruppels/zalf (clinagel, …) kan hierbij als ondersteunende therapie aangewend worden