Het konijn

Naast honden en katten zijn konijnen erg populaire huisdieren. Zeker in gezinnen met kinderen. Konijnen zijn over het algemeen hele vriendelijke en zachtaardige dieren. 
 
Het konijn behoort tot de orde der Lagomorpha (= haasachtigen) en niet, zoals veel mensen denken, tot de knaagdieren. Het verschil zit hem in de stifttandjes die achter de boven snijtanden van het konijn staan (zie plaatje links). Knaagdieren hebben deze stifttanden niet.
 
Konijnen zijn strikt herbivoor! Hun snijtanden en kiezen kennen een continue groei.
 
Konijnenjongen worden naakt en blind geboren. De eerste 18 dagen leven ze uitsluitend van de moedermelk en na 14-18 dagen beginnen ze met de opname van vast voedsel.
 
Een konijn wordt geslachtsrijp tussen 4 en 12 maanden, afhankelijk van het ras. Kleine rassen zijn sneller rijp dan grote rassen. Een vrouwtje kan gedekt worden zodra ze vruchtbaar is. Wij raden dan ook aan vanaf die leeftijd de mannetjes en vrouwtjes van elkaar te scheiden.Een voedster is het hele jaar door vruchtbaar, zelfs dadelijk na het werpen!! De cyclus van de voedster duurt 15 à 16 dagen.
 
De draagtijd varieert van 29 tot 33 dagen. Enkele dagen voor het werpen krijgt de voedster een nestbakje ter beschikking met zaagsel, stro of houtkrullen. 
De voedster trekt wol uit borst- en buikstreek en vermengt dit met het aangeboden nestmateriaal. De jongen worden blind en naakt geboren, het zijn nestblijvers. Ze kunnen gespeend worden vanaf de leeftijd van 4 tot 5 weken. 
 
Het konijn wordt gemiddeld 5 tot 6 jaar oud, maar dit kan wel tot 12 jaar oplopen! 
 
Konijnen kunnen zowel binnen als buiten gehuisvest worden mits het buitenhok bescherming biedt tegen regen, zon en wind. Als u het konijn buiten houdt dan is een buitenhok met een ren het leukste voor het konijn zodat het 'vrij' kan rondlopen. Let er hierbij op dat katten en honden niet in de ren kunnen komen en dat het konijn zich niet uitgraaft. Ook contact met wilde konijnen moet vermeden worden wegens het risico op overbrengen van ziektes (zie verder)
Een konijn dat binnen gehuisvest wordt vindt het leuk om af en toe door de kamer te lopen. Let er wel op dat konijnen knagen ook leuk vinden, dus denk aan meubels en elektriciteitsdraden.
Konijnen zijn van nature zindelijke dieren waarbij ze in de kooi meestal een hoekje uitkiezen om hun behoefte te doen. Hierdoor kan een konijn geleerd worden om op de kattenbak te plassen als het vrij in huis rondloopt. Vaak belonen met iets lekkers helpt hierbij. Soms is het noodzakelijk om meerdere bakken neer te zetten. Begin altijd met de bak te plaatsen op de plek die ze zelf al hebben uitgekozen voor hun behoefte.
 
De minimale maten voor een hok voor 1 klein konijn zijn 50x40x50 cm (LxBxH). 
Het materiaal is bij voorkeur glad want hout is minder goed schoon te houden dus dat gaat op de duur stinken.
Plastic of beton en gaas worden veel gebruikt. 
De kooi moet voldoende kunnen ventileren, dit vooral om de irriterende ammoniakgeuren uit de urine laag te houden. Om deze reden, en om de besmettingskans met parasieten te verminderen, moet de bodembedekking 2x per week verschoond worden. De bedekkingslaag moet voldoende dik zijn om urine te absorberen en beschadiging van de hakken te voorkomen. Traditioneel wordt als bodembedekking strooisel gebruikt. 

Een konijn is een gezelschapsdier en is gewend om in groepen te leven. Dit betekent dat het niet graag alleen is. Als u niet veel thuis bent is het dus beter om 2 konijnen te nemen. Een konijn alleen kan gedragsproblemen krijgen.
Het beste is om konijnen bij elkaar te zetten die allebei jong zijn of allebei volwassen. Vaak gaat het plaatsen van een jong konijn bij een volwassen konijn niet goed.
Een mannetje en vrouwtje samen is de beste keus! Natuurlijk dient men hierbij rekening te houden met mogelijke onrust door
seksueel gedrag en risico op ongewenste nakomelingen! Een konijn kan nl. al vanaf 3-4 maanden leeftijd geslachtsrijp worden dus op die leeftijd moet je ze apart zetten om te voorkomen dat ze nakomelingen krijgen. Een mannetje castreren kan vanaf 4-5 maanden leeftijd, een vrouwtje steriliseren pas vanaf 6 maanden leeftijd.
Het advies is dus om eerst het mannetje te castreren (voorkomen van ongewenst gedrag zoals dominantie, sproeien, agressie en vechten) en 2-3 weken later mag hij dan weer bij het vrouwtje. Later kun je dan het vrouwtje laten steriliseren.Vrouwtjes lopen nl. een zeer groot risico op het ontstaan van tumoren of ontstekingen in de baarmoeder. Ongeveer 40% van de voedsters krijgt hier binnen de 2 jaar last van als ze niet gesteriliseerd zijn.
Soms is het echter niet mogelijk om een mannetje en vrouwtje te nemen en wil men twee mannetjes of twee vrouwtjes uit hetzelfde nestje bij elkaar houden. Ze kunnen samen opgroeien, maar zodra de puberteit begint kunnen ze gaan vechten. Zodra je dit ziet moet je ze uit elkaar halen en laten castreren/steriliseren. Eenmaal vechtende konijnen kunnen slecht weer samen, ze blijven dan namelijk vaak vechten. Niet vechtende konijntjes die gecastreerd of gesteriliseerd zijn kunnen goed samen harmonieus oud worden.  2 gecastreerde mannetjes gaan meestal beter samen dan 2 gesteriliseerde vrouwtjes maar de beste combinatie blijft een mannetje en een vrouwtje!

 

De eerste 18 levensdagen zijn de konijntjes volledig afhankelijk van de moedermelk. De voedster zoogt de jongen één keer per dag. 
Na 18 dagen nemen de jongen geleidelijk ook vast voedsel en water op. Sterft de voedster, dan kan tot de leeftijd van 3 weken een vervangingsmelk toegediend worden op basis van 25 ml volle melk, 75 ml koffieroom (18% vet) en 6 g gelyofiliseerde magere melkpoeder. Dagelijks geef je hiervan 1 à 2 keer 10 ml met een flesje. 
Vanaf 2 weken krijgen de konijnen hooi, korrels en water ter beschikking. 
Gespeende konijnen moeten worden gevoed met voornamelijk hooi, aangevuld met een commerciële korrelvoeding (niet meer dan 35 gr per kilo per dag) en een beetje groenvoer. Hooi is het belangrijkste voer voor gespeende konijnen. Daar mag het zo veel van eten als hij wil. Zorg altijd voor een goede kwaliteit, het mag nooit muf ruiken. 
De juiste voeding is zeer belangrijk voor een konijn. Het gebruik van verkeerde voeding maakt een konijn al snel ziek en kan zelfs dodelijk zijn. Dus het is erg belangrijk volgende dingen in acht te nemen:
 
Hooi
Konijnen hebben een rantsoen nodig van minstens 75% kwalitatief goed hooi. Dit is het allerbelangrijkste bestanddeel in het dieet van het konijn! Hooi moet er altijd zijn. Een konijn moet 24 uur per dag zoveel hooi kunnen eten als het wil. Waarom is hooi zo goed? Hooi en stro verminderen het risico van spijsverteringsstoornissen en voorkomen de vorming van haarballen in de maag. Ook zorgt langdurig en frequent kauwen voor een goede slijtage van het gebit en voorkomt zo tandproblemen.
 
Water
Een konijn mag nooit zonder water zitten! Heeft het dier 24 uur niets te drinken gehad dan komt het in de problemen en ontstaat vochttekort. Door vochttekort kan een konijn ook stoppen met eten. Zorg er dus altijd voor dat de waterfles dagelijks gevuld wordt met fris, schoon water. In oud water ontstaat bacterie-groei, waardoor een konijn ziek kan worden. Vers drinkwater moet dus altijd beschikbaar zijn, omdat konijnen alleen korrelvoeding opnemen als ze gelijktijdig kunnen drinken. Het drinkwater kan gegeven worden dmv drinknippels, omgekeerde flessen met een speen of stenen drinkbakjes. 
Konijnen nemen dagelijks 7% tot 9% van hun lichaamsgewicht aan korrelvoer op en drinken ongeveer dubbel zoveel.
 
DROOGVOER (korrels)
Groene korrels geniet de voorkeur boven gemengd voer. Reden hiervoor is dat konijnen bij gemengd voer snel geneigd zijn om de lekkere gekleurde dingen uit het voer te eten, en de groene korrels uit dat voer te laten liggen wat leidt tot een eenzijdige voeding. Het is echter juist in de groene korrels dat de waardevolle voedingsstoffen zitten, die een konijn nodig heeft.  
Nog een reden is dat gemengd voer veel koolhydraten bevat, en het geven van te veel van dit voer kan leiden tot blindedarmproblemen, met als gevolg de bekende kwaal van aangekoekte ontlasting. Gemengd voer bevat dus veel energie waardoor het konijn snel een verzadigingsgevoel heeft en te weinig hooi eet, met tand- en maagdarmproblemen tot gevolg.
 
Tegenwoordig zijn er wel korrels op de markt die zeer geschikt zijn voor konijnen. Deze bevatten meer vezels, minder eiwit en minder energie. Een zeer geschikt korrelvoeding is Cuni-Complete (te bestellen op de praktijk).
 
De hoeveelheid droogvoer voor een konijn zou 25 gram per kg. lichaamsgewicht per dag moeten bedragen (enkele soeplepels per dag). Een jong konijn tot de leeftijd van 6 maanden, mag naar behoefte krijgen. Een konijn van 6 jaar of ouder dat mager wordt, mag ook weer meer krijgen. Maatstaf voor de hoeveelheid te geven droogvoer is de mate van hooi eten. Laat een konijn het hooi staan of gaat het er minder van eten, dan krijgt het te veel droogvoer. 
 
Groenvoer
Groenvoeder bevat net als hooi zeer veel vezels en is dus goed voor een konijn.
 
Het is wel heel belangrijk de groente op te bouwen! Als je een jong konijn na een paar dagen (of weken) groente wilt gaan geven moet dat opgebouwd worden. Opbouwen is heel belangrijk om diarree te voorkomen. Het opbouwen van groenvoer gaat als volgt: de eerste dag 1 stukje (bijvoorbeeld) andijvieblad ter grootte van een postzegel. De keutels van de volgende dag afwachten. Als die rond en stevig zijn, kan die dag een stuk andijvieblad ter grootte van twee postzegels gegeven worden. Weer de keutels van de volgende dag afwachten, als die goedblijven de groente verdubbelen. 
 
Als de keutels goed blijven kunnen nieuwe groenten toegevoegd worden, op dezelfde manier, één voor één introduceren en de keutels afwachten. Zodra de keutels zacht worden is dat een teken dat de laatst toegevoegde groente (nog) niet verdragen wordt, die groente niet meer geven. Na verloop van tijd kun je opnieuw uitproberen of je konijn een heel klein stukje van deze groente verdraagt. Worden de keutels opnieuw zacht, dan deze groente nooit meer geven, je konijn verdraagt het niet. 
 
Wordt groenvoer niet opgebouwd maar ineens gegeven kan een konijn diarree krijgen. Vooral jonge konijntjes kunnen hieraan sterven. 
LET OP: Het opbouwen van groenvoer is ook belangrijk voor een oud(er) konijn dat geen groenvoer gewend was. 
 
NB. Het is af te raden om maaltijden te laten bestaan uit grote hoeveelheden van 1 soort groente. Het beste kun je van ca 5 verschillende soorten groenten een klein beetje geven. Zo eet een konijn gevarieerd net zoals in de natuur, en is er minder kans op gasovervulling. Meer soorten groenten en kruiden per voerbeurt dan 5 mag natuurlijk ook, als de hoeveelheid per soort maar klein blijft. Geen maaltijd basilicum, maar 1 takje, geen bossen selderie, maar 1 takje. Geen maaltijd andijvie, enz. 

Men moet ook voorzichtig zijn met kool en sla. Daar kan een konijn heel snel gasvorming van krijgen, wat ook weer dodelijk kan zijn. Dus van de koolsoorten beter alleen een beetje broccoli, bloemkool of boerenkool geven. Op boerenkool zijn de meeste konijnen erg gek. Nogmaals: zoveel mogelijk gevarieerde groenten tegelijk geven, dus boerenkool enz. erbij en niet alléén maar.

Voorbeelden van goede groenten om te geven zijn: andijvie, broccoli, witlof, komkommer,veldsla, waterkers, boerenkool, paardebloemblad, selder, peterselie, loof van wortelen, wortelen en klaver (in beperkte mate!). Er zijn in de natuur nog veel meer kruiden en planten die goed zijn voor konijnen. Jonge toppen van brandnetels bijvoorbeeld (een dag laten liggen om de brand eruit te laten gaan) zijn heel erg gezond voor konijnen. Weegbree kan met mate toegevoegd worden, (is erg eiwitrijk) omdat dit plantje een goede uitwerking heeft op de darmbeweging. Brandnetels zijn ook geschikt om gedroogd als hooi te geven, gemengd door het gewone hooi.  

Groenten die niet gegeven mogen worden zijn prei, ui, bieslook, bonen, erwten, mais, vaste kool, spruitjes, aardappelen Veel klaver geeft ook problemen, net zoals veel nat gras. Met de grasmaaier afgemaaid gras mag nooit gegeven worden in verband met gistingsgevaar (trommelzucht). Geplukt, met de hand gesneden of geknipt lang gras mag wel gegeven worden. 

Het is voor veel konijnen niet goed om te veel wortel te eten. Er zit veel suiker in, en sommige konijnen krijgen hierdoor diarree. Een kleine wortel, of een paar plakken van een grote wortel per dag is voldoende. 
Pluk nooit paardenbloembladeren aan de kant van een weg, die zijn bevuild door uitlaatgassen. Let op dat er geen uitwerpselen van andere dieren liggen, dit kan bij je konijn(en) een wormbesmetting veroozaken. Let op dat niet in de buurt met gif gespoten is!
 
Fruit mag alleen zeer matig gegeven worden i.v.m. met de suikers die het bevat. Teveel suiker kan erge darmproblemen geven. Dus per dag niet meer dan 1 aardbei of 1 kers, 1/8 appel enz. 
Fruit moet op dezelfde manier opgebouwd worden als groente. Een konijn lust appel, peer, banaan, aardbei, enz.,  met schil en al.  Maar met een klein stukje, beginnen! Geen appelpitjes, die zijn giftig. Banaan bevat veel kalium, een overmaat aan kalium kan hartproblemen geven. Slechts een paar keer per week een plakje banaan is dan ook meer dan genoeg. 
 
Oud hard brood, wat konijnen heel lekker vinden, mag slechts met mate gegeven worden. Ongeveer 1 sneetje per dag en enkel gedroogd brood en enkel als een extraatje, niet als basisvoeding.
 
Daarnaast zijn er op de markt nog allerlei snoepjes beschikbaar. Een konijn heeft deze niet nodig, ze bevatten ook weinig vezels en zijn net als korrels dikmakers. Verwen je konijn liever met een stukje groenvoer.
 
Let op: nooit plots overschakelen van voeder!
 
Regelmaat is heel belangrijk!
Een regelmatige voeding is van groot belang, aangezien het maagdarmkanaal van konijnen doorlopend gevuld moet zijn en onderbrekingen in de voedselstroom de darmflora verstoren. Houd zoveel mogelijk vaste tijden aan om te voeren. Groenvoer beter niet de ene keer wel, de andere keer niet geven. Beter of helemaal niet, of elke dag geven. Als een groentesoort een keer niet voorradig is, en het konijn heeft bijv. een week zonder moeten doen, begin dan weer met een beetje ervan te geven om het maagdarmstelsel opnieuw te wennen.
 
 

 

Caecotrofie is een ander woord voor het opeten van keutels. Dit is iets specifieks voor konijnen en enkele knaagdieren, zoals de cavia. Op bepaalde tijdstippen vormen zich in de blinde darm zachte keutels met weinig vezels, maar vol met voedingsstoffen. Deze keutels worden door het konijn terug opgegeten, rechtsreeks vanuit de anus. Door deze vorm van recycleren voldoet het konijn voor 20% aan zijn eiwitbehoefte en voor 100% aan zijn behoefte aan vitamine B en K. Een konijn kan nl. niet al zijn voedingsstoffen en energie halen uit het voedsel dat voor een eerste keer door de darmen gaat. Een konijn heeft 2 soorten keutels, die uitgescheiden worden in twee fasen

Blindedarmkeutels

In de eerste fase scheidt het konijn de blindedarmkeutels uit. Deze hebben een zachte textuur, zijn klein en donker van kleur. De blindedarm bevat bacteriën die de voedselresten gaan vergisten en omzetten naar essentiële voedingsstoffen, zoals eiwitten maar ook vitaminen.
Het is dit deel van de ontlasting dat door het konijn wordt opgegeten, rechtstreeks vanuit de anus. Dat betekent dat je, wanneer je konijn gezond is,  deze keutels niet zult zien. Na inname blijven deze keutels gedurende ongeveer 6 tot 8 uur aanwezig in de maag, waar ze verder verwerkt worden.

Bovendien kan je meestal ook niet zien dat een konijn dit doet want dit gebeurt volgens een circadiaan ritme (biologisch ritme) waarbij ze deze keutels veelal tijdens de nacht of vroeg in de morgen eten. Dit is het geval bij een huiskonijn want een wild konijn zal dit eerder overdag doen. Een logische verklaring hiervoor is dat het eten van eigen keutels grotendeels door 2 factoren bepaald wordt: licht en het voedingspatroon. Voor een gedomesticeerd konijn is het donker wanneer het donker is voor de mens, maar bij een wild konijn ligt dit anders. Deze eten overdag hun blindedarmkeutels omdat ze op dat moment in holen zitten waar het donker is. In beide gevallen gebeurt dit proces dus wanneer het donker is.

Het opeten van eigen keutels behoort tot hun essentiële voedingspakket en een konijn zou kunnen sterven aan ondervoeding indien ze deze keutels niet zouden kunnen/mogen opeten.

Gewone keutels

In de tweede fase hebben we de gewone uitwerpselen, die groter zijn dan de blindedarmkeutels en eveneens steviger van vorm en lichter van kleur. Deze keutels bestaan uit onverteerbare vezels en het zijn deze die je onder normale omstandigheden terug zult vinden in het hok. Deze mogen verwijderd worden want deze worden niet door het konijn opgegeten.

Het is heel belangrijk dat konijnen rustig worden benaderd en opgepakt. Bij het oppakken moeten de achterpoten ondersteund worden. 
Als een konijn nl. spartelt of schrikt kan het nl. door zijn zeer krachtige rugspieren zijn rug breken of kneuzen!
 
Een konijn kan je ook opnemen bij het losse nekvel, maar nooit met de oren!
 

1.6.1-Myxomatose en RHD

Dit  zijn 2 virusziekten die dikwijls voorkomen maar waartegen gevaccineerd kan worden

Myxomatose : myxomatose is een erg verspreide ziekte, veroorzaakt door een virus (Myxomavirus). Dit virus kan door stekende insecten zoals vlooien, muggen en vliegen worden overgebracht. Ook is besmetting via direct contact met besmette dieren of materialen mogelijk. Voorkom dus dat wilde konijnen in de tuin bij uw konijnen kunnen komen! Ook muggenbestrijding is heel belangrijk. Zorg dat de muggen niet meer bij je konijnen kunnen komen. Alleen vrouwelijke muggen steken omdat ze bloed nodig hebben om eieren te laten ontwikkelen. Ze leggen deze eieren op stilstaand water. Voorkom dus bronnen van stilstaand water. Ook vlooien worden best bestreden met Stronghold (pipetten).
De ziekte kenmerkt zich door zwelling van de oogleden, mond, oren en anus. Ook verdikkingen in de huid kunnen optreden. Deze knobbels worden ook myxomen genoemd.
Door de gezwollen oogleden kan het konijn niet meer zien en wordt zo een gemakkelijke prooi voor roofdieren. Er kan ook etterige uitvloei uit de ogen komen. Vaak zien we ook snot en ademhalingsproblemen (ademen door de mond ipv door de neus) door de verdikking van het neusslijmvlies.
Er kan een longontsteking ontstaan waaraan het konijn zal overlijden als het niet behandeld wordt.
Behandeling is voornamelijk gebaseerd op bestrijding van secundaire bacteriële infecties (antibiotica) en symptomatische behandeling (konijn warm houden, evtl. dwangvoederen,  pijnstillers, …) De behandeling kan weken duren en geeft geen garantie op genezeing!!

RHD (Rabbit Hemorrhagic Disease) : RHD komt verspreid over heel Europa voor en wordt veroorzaakt door een Calicivirus. De ziekte verspreidt zich via direct contact tussen konijnen, maar ook via mest, bloedzuigende insecten en besmet materiaal (vb. schoenzolen!!). Ook vers geplukt gras kan besmet zijn, zeker op plaatsen waar wilde konijnen komen.
Het konijn wordt depressief, suf, eet niet meer, krijgt ademhalingsproblemen en koorts en heeft echt pijn. In het laatste stadium van de ziekte zie je vaak schuimige bloederige neusuitvloeiing. Meestal sterft het konijn snel aan bloedingen verspreid in het lichaam, vnl. in de darmen.
De ziekte gaat echter niet altijd gepaard met bloedingen. Er is ook een vorm waarbij het konijn plots dood neervalt zonder eerst andere symptomen te hebben vertoond.
Er is geen behandeling tegen RHD mogelijk.
Het hok wordt best ontsmet met hypochloriet of formaldehyde en vervolgens minimum 1 maand leeg gelaten.


Zoals reeds vermeld, bestaat er voor deze twee ziektes een preventieve vaccinatie. Het vaccin Nobivac Myxo-RHD geeft een jaar lang bescherming tegen beide ziektes dmv 1 injectie.

1.6.2-Besmettelijke snot

 Besmettelijke snot wordt veroorzaakt door een bacterie. Meestal is dit Pasteurella Multocida. We zien het vnl. bij fokkers of plaatsen met meerdere konijnen en het is heel besmettelijk.
De behandeling bestaat uit antibiotica (het beste zijn injecties met Duplocilline, soms tot wel 4-6 weken!), NSAID's en spoelen vd neusgaten (fysiologisch vocht samen met lysomucil: 2 x per dag spoelen met 2ml per neusgat)

 1.6.3-Maagdarmproblemen

Diarree in de strikte zin van het woord komt niet vaak voor bij het konijn. Wel ziet men vaak afwijkende ontlasting door voedingsproblemen. Er is dan geen sprake van echte diarree maar het zijn de keutels uit het caecum die niet opgegeten worden (cfr caecotrofie)

Andere vormen van afwijkende ontlasting kunnen veroorzaakt worden door coccidiën of wormen (cfr parasieten)

Ook zien we vaak een stilliggende darm tgv pijn, stress of andere oorzaken. Er zijn dan geen of weinig keutels te zien en de eetlust is slecht. We noemen dit paralytische ileus.

Soms ziet men een konijn met maagovervulling. Dit kan veroorzaakt worden door haarballen. Bij overmatig oplikken van losse haren en bij gebrek aan voldoende ruwvoer zoals hooi kan het (overmatig) opgelikte haar in de maag samenklitten tot haarballen. Dit probleem kan met laxeermiddelen opgelost worden. Het is wel van essentieel belang dat je konijn blijft eten. Gevallen met gasopstapeling zijn een spoedgeval en kunnen chirurgie vereisen. Dit is echter niet zonder risico’s.

 1.6.4-Abcessen

Bij het konijn zien we vaak abcessen aan het hoofd. Deze kunnen variëren van abcessen onder de kaak, onder of achter het oog en in de hals. Deze kunnen veroorzaakt worden door wonden in de mond door etensresten of tandproblemen. Omdat een konijn een enzym mist dat de etter afbreekt zal een abces bij het konijn niet snel rijpen en daarna openbarsten, in tegenstelling tot bij de hond of de kat. Het konijn zal vaak nog goed eten en niet tonen dat het ziek is.

Het belangrijkste onderdeel van de behandeling is het wegnemen van de oorzaak van het abces. Een antibioticum helpt bij de behandeling maar kan niet als enige behandeling worden gebruikt.

 Ideaal is het om door middel van een bacteriële kweek na te gaan welke bacterie(n) er in het abces voorkomen en met een antibiogram welk antibioticum er tegen die bacterie(n) werkt. De meest voorkomende bacteriën zijn anaerobe bacteriën. Daarom worden volgende antibiotica het meest gebruikt: Duplocilline of een combinatie van Baytril met Flagyl of Doxoral Drops. De normaal gangbare antibiotica die bij het konijn worden gebruikt zijn niet geschikt om te gebruiken bij de behandeling van een abces. Zo dringt   Trimethoprimsulfa   niet door in een abces en wordt het zelfs afgebroken door etter! Baytril werkt niet tegen anaerobe bacteriën. Daarom moet het gecombineerd worden met Flagyl.

 Het abces in zijn geheel wegnemen heeft altijd de voorkeur!
Indien het abces niet in zijn geheel te verwijderen is wordt het best geopend en open gehouden. Als een abces open gemaakt is wordt er best Terracortril oogzalf in gedaan.
 

Tandproblemen bij konijnen komen heel frequent voor en zijn vaak de onderliggende oorzaak voor talrijke gezondsheidsproblemen.

Het konijnengebit

Het normale gebit:

Het gebit van het konijn bestaat uit 4 snijtanden, 2 stifttanden en 20 (soms22) kiezen. De melktanden van het konijn wisselen in een periode vlak voor de geboorte tot 3-5 weken na de geboorte.

Stifttanden zijn kleine tandjes die achter de snijtanden van de bovenkaak staan. Dit onderscheid konijnen van knaagdieren zoals bijvoorbeeld de cavia de hamster en de rat.

Ongeveer 2/3e van een konijnentand bestaat uit wortel!

De tanden van konijnen groeien continu, gemiddeld 8-12 cm per jaar (2 tot 2,4 mm per week). Normaal verlopen de groei en de slijtage, door langdurig kauwen, van de tanden even snel.

Bij een normaal gebit staan de boven snijtanden voor de onder snijtanden en raken de onder snijtanden de stifttanden. Hierdoor slijten de snijtanden beitelvormig op elkaar af en zijn ze zeer geschikt om mee te kunnen knagen. De tanden worden gebruikt om te knagen, het eten wordt in kleine stukjes gebeten om in de mond te kunnen worden opgenomen door de lippen en de tong.
 
De kiezen slijten af door het constant kauwen op het voer, ze nemen grote hoeveelheden ruw vezelig voer op met lage energie. Het konijn verkleint zijn voer door tijdens het kauwen zijn kiezen horizontaal te bewegen. Deze kiezen hebben scherpe richels die het eten als het waren afsnijden / knippen.
 
Knagen verticaal, kauwen horizontaal: groei en slijtage in evenwocht
 
Gebitsproblemen door verkeerde voeding komen vaak voor.

*Calciumtekort:

Wanneer een konijn voeding met te weinig calcium krijgt ontstaat er een tekort aan calcium in het bloed. Een konijn dat bijvoorbeeld gemengd voer krijgt eet vaak alleen de lekkere dingen op. Zo kan er Calciumterkort ontstaan. Dit zal er toe leiden dat het konijn calcium uit zijn kaakbot gaat halen. Hierdoor ontstaat botontkalking.

Door calciumtekort kunnen een aantal problemen ontstaan zoals:

·         Afwijkende stand (malocclusie) van de kiezen doordat de kiezen losser in het kaakbot komen te staan. Hierdoor ontstaan, door afwijkende slijtage, haken op de kiezen welke de tong en de wang kunnen beschadigen.

·         Afwijkende stand (malocclusie) van de snijtanden waardoor deze niet goed op elkaar afslijten. Ze kunnen in een verkeerde richting groeien en worden daardoor te lang. Ook kunnen de boven snijtanden scheef gaan groeien zodat ze naar buiten gaan wijken en niet meer op de onder tanden afslijten.

·         Emaille-defecten van de snijtanden waardoor horizontale richels ontstaan in de snijtanden.

·         Wortels kunnen in de verkeerde richting gaan groeien. Ze kunnen richting het bot groeien als door botontkalking de tegendruk van het bot wegvalt (zie plaatuw). Hierdoor kunnen botontstekingen en/of abcessen ontstaan. Ook kunnen er door naar boven doorgroeiende wortels ontstekingen in de traanbuizen ontstaan. Het konijn krijgt dan ontstoken ogen met veel ooguitvloeiing.

Teveel calcium...

Een te hoog calciumgehalte in de voeding zal leiden tot een stijging van het calciumgehalte in het bloed. Hierdoor ontstaat, in tegenstelling tot bij andere diersoorten, een verhoging van het calcium in de urine waardoor blaasgruis of blaasstenen kunnen optreden. Geef daarom nooit knaagstenen aan een konijn want deze bevatten teveel calcium! . Let ook op dat uw konijn niet teveel konijnenkorrels eet (max. 20 gram/kg LG) Dan wordt het namelijk te dik en ook krijgt het teveel calcium binnen.

 

Het voeder Supreme Science Selective van Russel Rabbit. is speciaal ontwikkeld voor konijnen die erg kieskeurig zijn met eten en alleen de lekkere hapjes opeten. Vooral voor konijnen met gebits- of maagdarmproblemen is dit voer geschikt.

Selective Selective bestaat uit 1 soort brokjes die alles bevatten wat uw konijn nodig heeft om gezond en fit te blijven. Deze voeding is zeer vezelrijk zodat uw konijn er goed op moet kauwen (dit helpt bij het afslijten van zijn tanden) en de vezels zorgen tevens voor een betere spijsvertering. Daarnaast bevat Selective een zogenaamd prebioticum dat ervoor zorgt dat de goede bacteriën in de darmen extra gevoed worden wat ten koste gaat van de ziekteverwekkende bacteriën. Supreme Science Selective bevat smakelijke kruiden en specerijen zodat uw konijn er met veel smaak van zal eten.
 

Overige oorzaken voor gebitsproblemen:

Naast de eerder genoemde voedingsfouten zijn er nog een aantal andere oorzaken voor gebitsproblemen bij het konijn. We zullen de voornaamste hier voor u op een rijtje zetten:

·         Trauma; wanneer een tand door een trauma verloren gaat kan de tand na verloop van tijd weer teruggroeien. Deze tand kan dan verkeerd groeien waardoor een afwijkende stand ontstaat. Soms groeit de tand helemaal niet meer terug. De tegenoverliggende snijtand slijt dan niet af en zal door blijven groeien.

·         Fracturen van de kaak waardoor de positie van de snijtanden veranderd is.

·         Afwijkend knaaggedrag.

·         Genetisch. Er komt een erfelijke afwijking voor bij het konijn waarbij de bovenkaak te kort is. Hierdoor lijkt het alsof de onderkaak te lang is. Op de leeftijd van 8-10 weken zien we meestal de eerste problemen ontstaan.

 

Gevolgen...

Bij een afwijkende stand van de snijtanden zullen meestal de bovensnijtanden naar binnen gaan groeien tot in de mondholte. Lippen, tong en gehemelte kunnen beschadigd raken en gaan ontsteken. De ondersnijtanden gaan meestal uit de mond groeien of kunnen de bovenlip raken.
Doordat de bek niet goed kan sluiten zullen ook de kiezen niet goed afslijten op elkaar waardoor hier haken kunnen ontstaan. Deze haken kunnen de wang en de tong beschadigen.
 

De behandeling vanndeze “olifantstanden” (te lange snijtanden) bestaat uit het trekken (extractie) van de snijtanden. Dit kan gelukkig al op jonge leeftijd. Het konijntje kan, ondanks dat het niet kan knagen, zich hierna goed redden en je kan het eten, zoals hooi, in kleine stukjes aanbieden. Het knippen van deze tanden wordt afgeraden wegens het risico op  splijten of afbreken van de tanden, waardoor er abcessen kunnen ontstaan.

·         Het grote risico van het splijten of het afbreken van de tanden is dat er een abces kan ontstaan zie foto onderaan de pagina.

·         Het knippen is bovendien pijnlijk voor het konijn, waardoor er een Er kan een stilliggende darm kanontstaan! Ook hebben de

·         De afgeknipte tanden scherpe randen over die de tong en de lip kunnen beschadigen. Ten slotte

·         Knippen is een tijdelijke oplossing waarbij er niets gedaan wordt aan de achterliggende oorzaak.

Op het moment dat bij een doorgroeiende tand ook het bloedvat mee gaat groeien wordt het gevaarlijk. Zodra de tand ingekort wordt en het bloedvat wordt geraakt is er sprake van een open wortelkanaal. Door dit open wortelkanaal kunnen bacterien bij de wortelpunt terecht komen en een abces veroorzaken.

Voor de extractie dient het konijn eerst onder verdoving te worden gebracht. Hierbij wordt gewerkt met een speciaal protocol voor koijnen waardoor Het verdovingsrisico voor een konijn is daardoor niet groter dan die bij een hond of kat. Er wordt vooraf een injectie met pijnstiller en antibioticum gegeven. Ook wordt er een injectie met fysiologische zoutoplossing met glucose gegeven. Tijdens de operatie wordt het konijn warm gehouden.
Vervolgens moet de wortel van de snijtand losgemaakt worden van het slijmvlies van de tandkas. Dit gebeurt met behulp van een elevator., Pas als de tand helemaal is losgemaakt kan deze getrokken worden. Bij iedere snijtand wordt deze behandeling herhaald en ook de stifttanden worden op deze manier getrokken. De snijtanden hebben een hele lange wortel en het is de kunst om ze te trekken zonder dat er een stuk van de wortel afbreekt. Als de wortel breekt groeit de snijtand namelijk weer aan.
Na de operatie wordthet konijn dmv een injectie Antisedan zo snel mogelijk weer wakker worden gemaakt. Dit is om de recovery zo kort mogelijk te laten duren. Zodra het konijn wakker is wordt het in verwarmde hospitalistieruimte gelegd.
Er wordt een pijnstiller meegegeven naar huis voor een week.
Ook zonder snijtanden kunnen konijnen prima eten. Het eten, zoals het hooi en groentes, moet alleen wel in wat kleinere stukjes worden aangeboden.

1. Coccidiose: In de darmen of galgangen komen nog wel eens parasieten (coccidiën) voor. De klinische tekenen hiervan variëren van vermageren, diarree tot plotseling overlijden. De diagnose wordt gesteld door de mest te onderzoeken op de oöcysten. Behandeling gebeurt met Baycox,…Preventie is mogelijk door een goede hygiëne en ervoor te zorgen dat het hok droog blijft.

2. Mijten kunnen bij het konijn in de huid en in de oren voorkomen en soms erge ziektetekens veroorzaken. Meestal blijven de klachten beperkt tot kale plekken en korsten, die gepaard gaan met jeuk (schudden met de kop, krabben). Behandelen kan door injecties met ivermectine of pipetjes Stronghold. De oren worden meestal lokaal behandeld met Surolan. De omgeving moet ook goed gereinigd worden.

3. Vlooien en luizen kunnen ook veel jeuk geven. Hiertegen kan men behandelen met Stronghold. Gebruik geen Frontline, … Deze middelen zijn dodelijk voor je konijn!

4. Encephalitozoon cuniculi

Encephalitozoon cuniculi is een protozoaire ziekte.

De hoofdsymptomen bestaan vnl. uit hersenproblemen (torticollis = scheve kop, nystagmus =ritmisch heen en weer bewegen vd oogbol, tollen om de lengteas,…), achterhandsproblemen (slappe of verlamde achterpoten ), blaas- of nierproblemen ,oogproblemen en vermageren.

Hoe sneller men begint te behandelen hoe groter de kans op herstel. Het beste is dat het konijn gehospitaliseerd wordt op de praktijk. Hierbij krijgt het injecties met vitamine B, dexamethasone en antibiotica gedurende 3-5 dagen. Verder wordt er Panacur toegediend gedurende enkele weken (kan thuis verder gegeven worden samen met Metacam).

De prognose is gereserveerd.