Operaties

U kan in de praktijk terecht voor de meeste operaties. Voor gecompliceerde operaties werk ik samen met een gespecialiseerde collega of  wordt u hiernaar doorverwezen.
 
Een aantal voorbeelden van de ingrepen die in de praktijk uitgevoerd worden zijn sterilisatie en pyometra (baarmoederontsteking), castratie, 
hechten van allerlei wonden , oogchirurgie, tandheelkunde, verwijderen van tumoren, ...
 
Het onder anesthesie brengen van de patiënten gebeurt met gasanesthesie. Deze moderne methode geeft een nauwkeurig te controleren slaap  en is goed te bewaken met mijn bewakingsapparatuur. Via een tube die in de keel wordt geplaatst is het zo ook goed mogelijk om te  beademen, wat voor bepaalde operaties van de borstholte noodzakelijk is.  Door deze vorm van narcose te combineren met aangepaste bewakingsapparatuur worden de risico’s tijdens de operaties zo beperkt mogelijk gehouden. 
 
Tijdens de anesthesie wordt ervoor gezorgd dat het dier rustig slaapt, pijnvrij is en zich ontspant. Daarnaast worden de hartslag, ademhaling,  temperatuur en zuurstof gemonitord.
 
Bij oudere dieren wordt meestal eerst een bloedonderzoek uitgevoerd alvorens er een anesthesie wordt gepland. Hierdoor krijg ik een goed  inzicht op de lever- en nier-functies. Want deze twee organen moeten goed functioneren om geen complicatie te krijgen na de anesthesie. Tevens wordt voor iedere anesthesie een 'pre-anesthetisch onderzoek' uitgevoerd. Dit houdt een nauwkeurig onderzoek van hart, ademhaling en circulatie in.

Een sterilisatie van een teefje geeft veel medische voordelen. Indien u niet van plan bent om uw teef een nestje te laten krijgen raad ik daarom aan om uw teef te laten steriliseren. Hoe vroeger u deze sterilisatie laat uitvoeren hoe meer medische voordelen er zijn. Het beste is uw teefje te laten steriliseren voor de eerste loopsheid. Hoe kleiner het ras hoe vroeger de eerste loopsheid plaatsvindt. Kleine hondenrassen worden voor het eerst loops op ongeveer 6 maanden. Bij grote hondenrassen kan de eerste loopsheid soms pas op 12 maanden of zelfs later gezien worden. Wij raden u daarom aan om uw teefje te laten steriliseren op de leeftijd van 5 à 6 maanden. Bij jonge teefjes kunnen enkel de eierstokken (ovariectomie) weggenomen worden. Bij oudere teefjes wordt meestal ook de baarmoeder mee weggenomen (ovariohysterectomie). Teven worden beter niet gesteriliseerd op het moment dat ze loops zijn. Tijdens de loopsheid zijn de baarmoeder en eierstokken namelijk meer doorbloed en bestaat er een grote kans dat de teef na de sterilisatie schijndrachtig zal worden. Het beste is daarom te wachten tot 2 à 3 maanden na de loopsheid voordat we de teef steriliseren. De eierstokken en baarmoeder zijn dan in een inactief stadium en zijn minder doorbloed. De operatie kan zo vlotter verlopen.

 

De voordelen:
 
- Veel minder kans op het ontwikkelen van melkkliertumoren.
De kans op het ontwikkelen van melkkliertumoren is:
0,05% indien de teef werd gesteriliseerd vóór de eerste loopsheid
8% indien de teef werd gesteriliseerd tussen de eerste en tweede loopsheid
26% indien de teef niet of pas na de tweede loopsheid wordt gesteriliseerd.
De kans op het ontwikkelen van een melkkliertumor voor een teef die vóór de eerste loopsheid werd gesteriliseerd is dus 520x kleiner dan de 
kans voor een teefje dat niet werd gesteriliseerd!
 
Het fabeltje dat een hond eerst een nestje moet gehad hebben klopt dus helemaal niet!
- Geen loopsheid (bloedverlies, gedragsproblemen van teef zelf of van reuen in de buurt)- Geen risico op ongewenste dekking
- Geen risico op schijndracht (gedragsveranderingen, bouwen van een nest, melkproductie)
- Geen kans meer op een baarmoederontsteking (pyometra)
- Geen kans meer op tumoren (en cystes) van de eierstokken en baarmoeder.
- Minder kans op suikerziekte 
 
 De nadelen
- Het energieverbruik van een gesteriliseerd teefje ligt lager dan dat van een niet-gesteriliseerde teef, terwijl de eetlust vaak wat groter wordt. 
Op zich is dit geen probleem maar dit betekent natuurlijk wel dat een gesteriliseerd teefje te dik (obees) zal worden wanneer ze dezelfde 
hoeveelheid voedsel blijft opnemen. Om te voorkomen dat de teef te dik wordt zal de hoeveelheid voer wat beperkt moeten worden (tot zelfs 
30% minder) of er moet overgeschakeld worden naar een voer speciaal voor gesteriliseerde teven. Deze voeding kan u bij mij verkrijgen.
 
- Na de sterilisatie (soms pas vele jaren na de sterilisatie) ontstaat er bij sommige teven incontinentie (onvrijwillig urineverlies). Dit type 
incontinentie wordt veroorzaakt doordat de invloed van oestrogenen op de blaassfincter wegvalt. Teven van de grotere rassen hebben hierop 
een grotere kans. Bij dit type incontinentie wordt vaak gezien dat er een klein urineplasje ligt op de plaats waar de hond lang gelegen heeft. 
 
Deze incontinentie is in het overgrote deel van de patiënten perfect te behandelen met medicatie.
 
- De vacht van de langharige rassen kan soms wat veranderen (pluiziger, krulliger).
Een sterilisatie gebeurt op afspraak. Deze operatie doe ik steeds samen met een vaste collega. 
Uw hond dient nuchter te zijn dwz dat de hond de avond voordien nog mag eten, daarna dient u het eten weg te nemen. De drinkbak mag 
blijven staan. 
 
U komt met de hond op het afgesproken tijdstip. Ze wordt dan nog even algemeen nagekeken en het hart en de longen worden gecontroleerd. 
Daarna krijgt ze een spuitje in de bil met een licht sederend middel. Hierdoor wordt ze geleidelijk suffer en kan u de praktijk verlaten. Als 
alles in orde is krijgt de hond dan een katheter in haar pootje en krijgt ze de verdere verdoving toegediend. 
 
Als de hond slaapt wordt er een tube in de luchtpijp geplaatst, waarlangs ze zuurstof en verdovingsgas toegediend krijgt gedurende de 
operatie. Ze wordt eveneens aan een apparaat gekoppeld om de ademhaling en hartslag op te volgen en er wordt een infuus aangesloten. Ook 
krijgt de teef ontstekingsremmer (pijnstillend!) en antibiotica toegediend.
 
Bij risicogevallen (korstsnuitige rassen zoals boxer, bulldog, ..., oudere honden, hartpatiënten,...) wordt er een licht afwijkend protocol 
gevolgd om het risico zoveel mogelijk te beperken.
 
De hond mag de middag of avond na de operatie weer naar huis. De hond hoeft hier dus zeker geen dag te blijven! U krijgt antibiotica en 
pijnstiller mee om thuis gedurende enkele dagen verder te geven
Een kat wordt voor het eerst krols op een leeftijd van ongeveer 6 maanden. De sterilisatie kan gebeuren op deze leeftijd maar ook vroeger
 
Bij deze operatie worden in principe alleen de ovaria (eierstokken) weggehaald. Slechts wanneer de baarmoeder afwijkend is, wordt ook 
deze verwijderd.
 
De voordelen van het steriliseren zijn: 
 
-geen krolsheden meer 
-geen ongewenste dracht 
-geen baarmoederontsteking of -tumor 
-verminderde kans op het krijgen van melkkliertumoren op oudere leeftijd. 
 
Het enige nadeel van steriliseren is dat de kat dikker kan worden, maar dit kan voorkomen worden door de kat na de operatie een aangepast 
dieet te geven (zie verder). 
 
 Een alternatief om de krolsheid uit te stellen is het geven van de poezenpil. Ik raad dit echter sterk af wegens de vele nadelen zoals 
suikerziekte, melkkliertumoren, ongewenste kittens, baarmoederontsteking, grote kans op het krijgen van fibroadenomateuze hyperplasie van 
de melkklieren bij het geven voor de eerste krolsheid,...
 
 Hoe gaat een sterilisatie in zijn werk?
 
U kunt een afspraak maken wanneer de sterilisatie gaat plaatsvinden. Die ochtend brengt u de kat nuchter binnen. De poes wordt gewogen en 
ik luister naar het hart en de longen. Vervolgens krijgt ze een injectie met narcosemiddel. Zodra ze slaapt krijgt ze een antibioticum en een 
pijnstiller. Vervolgens wordt de buik geschoren. Hierna wordt de poes naar de operatiekamer gebracht en eventueel aan de gasanesthesie 
(zuurstof met isofluraan) gelegd (dit vnl. bij raskatten en risicopatiënten). Hierna wordt het operatieveld gescrubd en ontsmet en met steriele 
doeken afgedekt.  
 
Tijdens de operatie wordt een snede in de huid gemaakt en de buikwand wordt geopend. De eierstokken worden uit de buik gehaald, 
afgebonden en verwijderd. Als de baarmoeder verdikt is (bv. door een ontsteking,...) wordt deze ook verwijderd. 
 
Vervolgens wordt de buikwand gehecht (de spierwand, evtl. de onderhuid en de huid). De huid wordt hierbij intradermaal gehecht zodat de 
kat de hechtingen niet kan uitbijten.
 
Hierna gaat de kat naar de hospitalisatieruimte waar ze  onder een warmtelamp uitslaapt en bijkomt (evtl. in een zuurstofkooi). 
 
Wanneer uw kat wakker genoeg is kan u ze ophalen. Eventueel wordt een Medical Pet Shirt of kraag meegegeven om likken en / of bijten 
aan de wonde te voorkomen.
 
Sterilisatie veroorzaakt een wijziging in de hormonale huishouding. Dit heeft een invloed op het eetgedrag en de energiebehoefte van de 
kat. Het is verstandig om hier rekening mee te houden. 
 
De eerste 2 maanden na de operatie is de meest kritieke periode. De kat heeft dan namelijk de neiging om meer te eten terwijl de 
energiebehoefte met ongeveer 30% afneemt. Het is dan ook van belang om het voer aan te passen als u uw kat hebt laten castreren of steriliseren.
Ik raad dan ook aan om met het kitten of juniorvoer te stoppen (indien uw kat dat nog krijgt) en over te gaan op een minder energierijk voer zoals de Hill's Vet Essentials feline Young Adult. 
 
Zoals gezegd zijn de eerste 2 maanden na de operatie het belangrijkste. In deze periode moet u voorkomen dat uw kat aan overgewicht 
gaat lijden. Het is dan ook belangrijk dat u uw kat regelmatig laat wegen (het beste is na 1 week, 1 maand en na 2 maanden). Indien u 
enkel voor het wegen komt zijn hier geen kosten aan verbonden!

Een reu kan vanaf 6 maanden gecastreerd worden.

Redenen om uw hond te laten castreren kunnen zijn:

Dominantie ten opzichte van andere honden
Reuen geraken wel eens in de clinch met elkaar. De oorzaken hiervan kunnen hormonaal zijn en kunnen dan opgelost worden door castratie.
Wanneer een teef loops is, ontstaat er tussen de reuen een concurrentiestrijd. Ze kunnen heel hevig met elkaar vechten en elkaar verwonden. Bij een gecastreerde reu is er geen hormonale stimulus om te strijden voor een teef. Castratie vermindert dus de neiging om te vechten met andere reuen.
Een castratie is wat betreft het afremmen van de dominantie niet 100 % effectief. Het kan ook gedeeltelijk aangeleerd gedrag zijn. Er is wel een grote kans dat de reu door de castratie rustiger wordt. Mensen zijn wel eens bang dat de hond te rustig wordt. Dit is niet het geval als u na de castratie net zo actief met de hond bezig blijft als daarvoor. 

Frustratie om zich voort te planten
Zodra er ergens in uw buurt (kan tot enkele kilometers ver zijn!) een teef loops is pikt uw hond deze geur op. Hij krijgt de drang om zich voort te planten en wordt daardoor onrustig. Doordat hij letterlijk niet zijn neus achterna mag gaan, geraakt hij gefrustreerd. Dit kan zich uiten door plots beginnen janken of huilen, aan deuren krabben, voortdurend rondlopen, zijn staart achterna jagen of zichzelf tot bloedens toe likken. Hij kan als het ware het huis afbreken om bij de teef te komen. U kan uw hond van deze frustraties af helpen door hem te laten castreren.
 
Neiging om weg te lopen
Niet-gecastreerde reuen hebben de neiging om van thuis weg te lopen om op zoek te gaan naar een teef. Hierdoor kunnen zij voor overlast zorgen door over straat te lopen, andere honden lastig te vallen, te janken of blaffen, … 
Wanneer het dier gecastreerd is, valt de drang om rond te zwerven weg.
 
Hyperseksueel gedrag

Reuen kunnen nogal eens hyperseksueel gedrag vertonen. Dit wil zeggen dat ze op verschillende voorwerpen dekbewegingen maken ( het zogenaamde “rijden”), zoals een deken, een pluche beer of zelfs op iemand zijn been. Dit gedrag verdwijnt na castratie.

Markeergedrag

Reuen bakenen hun territorium af door het onder andere te markeren met urine. Reuen doen dit door heel vaak te plassen met de achterpoot opgetild.  Dit geeft sterke hinder wanneer ze dit ook binnen in huis beginnen te doen. Wanneer zij echter op voldoende jonge leeftijd gecastreerd worden, komt dit gedrag bijna niet voor.
Ze hebben op wandeling ook veel minder de neiging om elke paar meter te blijven staan om te snuffelen.  Ook vermindert of verdwijnt het typische gedrag van het oplikken van urine van teven.

Voorkomen van ongewenste nestjes

Hoewel eigenaars van reuen hier zelf niet rechtstreeks hinder van ondervinden, moeten zij toch hun verantwoordelijkheid nemen. Door hun dier te laten castreren, voorkomen zij dat een ander met de ‘last’ zit.

Prostaatproblemen

Onder invloed van testosteron kan de prostaat sterk opzwellen (= prostaathyperplasie). Hierdoor barsten kleine bloedvaatjes met als gevolg dat de reu kleine druppeltjes bloed verliest onafhankelijk van het urineren. Je herkent dit dus doordat je bloeddruppeltjes op zijn slaapplaats of op de vloer terugvindt.

Deze zwelling is goedaardig en komt heel vaak voor bij niet gecastreerde reuen , maar ze kan wel gevolgen hebben. Wanneer de prostaat sterk opzwelt, kan hij de urinebuis en zelfs de darm dichtduwen waardoor de reu moeite krijgt met plassen en stoelgang maken. Typerend is plots afgeplatte mest. Deze aandoening kan voorkomen worden door de reu te laten castreren.

Voorhuidontsteking

Een voorhuidontsteking is een veel voorkomende aandoening bij reuen. Dit komt doordat niet-gecastreerde reuen hun penis vaak uitschachten waardoor bacteriën in de voorhuid terecht komen. Reuen met een voorhuidontsteking verliezen vaak druppels geel-groene etter uit de penis. Een voorhuidontsteking is op zich geen erge aandoening zolang het bij een milde infectie blijft. Een voorhuidreiniger kan in deze gevallen vaak helpen, hoewel het de infectie niet geneest . Er treedt immers constant herinfectie op. Daarom is castratie in de meeste gevallen de enige oplossing.

 

Voorkomen en oplossen van peri-anale adenoma’s
Dit zijn goedaardige tumoren die op de anusrand ontstaan. Ondanks dat zij goedaardig zijn, kunnen zij sterk groeien, openbarsten en geïnfecteerd geraken. Deze tumoren groeien onder invloed van testosteron. Door te castreren verdwijnt het testosteron en dus ook de adenoma’s.

Voorkomen van peri-anale hernia’s

Testosteron zorgt ervoor dat de bekkenbodemspieren verweken. Hierdoor kunnen de darmen en/of de blaas in de opening van de spieren wegzakken en eventueel beklemd geraken. Dit is een spoedgeval en moet dus onmiddellijk behandeld worden.

Een gecastreerde reu produceert geen testosteron waardoor er geen of veel minder verweking optreedt.

Testikeltumoren

Een andere aandoening die regelmatig voorkomt bij niet gecastreerde reuen is een testikeltumor. Deze tumor is verantwoordelijk voor een hogere productie testosteron met alle bovengenoemde gevolgen.

Een testikeltumor kan je herkennen doordat de ene teelbal groter wordt, en de andere juist krimpt. Castratie is in dit geval de enige oplossing.

Nadelen

Veranderende vachtstructuur

Bij gecastreerde reuen bestaat er kans op verandering van de vachtstructuur. Dit komt vooral voor bij langharige rassen. Typische voorbeelden zijn de Spaniels en de Setters.

De vacht kan donziger en krulliger worden en soms moeilijker te onderhouden.

Niet meer mogen deelnemen aan hondenshows

Bij de meeste shows mogen enkel intacte (niet gecastreerde) reuen deelnemen. Is uw reu gecastreerd, zal hij dus niet toegelaten worden voor de show.

Gewicht
 Een hond zet na de castratie het voer makkelijker om in vet. Het is dus het beste om na de castratie aangepaste voeding te geven zoals de Vet Essentials van Hill's) om te voorkomen dat de hond dikker gaat worden.
 
DE OPERATIE
U kunt een afspraak maken om uw hond te laten castreren. Die ochtend brengt u de hond nuchter binnen en wordt hij gewogen. Vervolgens worden het hart en de longen beluisterd.
 Indien alles in orde is, krijgt hij een injectie met een sederend middel en kan u de praktijk verlaten. Wanneer de hond goed gesedeerd is wordt er een katheter geplaatst langs waar een slaapmiddel wordt toegediend. Wanneer de hond slaapt wordt een tracheotube geplaatst en wordt de hond gekoppeld aan de gasanesthesie. Vervolgens krijgt hij een injectie met antibioticum en pijnstiller. Ook wordt hij aan het infuus gekoppeld plus aan de bewakingsapparatuur voor het monitoren van de hartslag, ademhaling en zuurstof.

Vervolgens wordt de huid voor en thv het scrotum geschoren en wordt het operatieveld gewassen en gedesinfecteerd. 

De hond wordt dan met steriele doeken afgedekt. Er wordt een snede in de huid gemaakt tussen de penis en het scrotum. De eerste bal wordt naar voren gedrukt. Hierna wordt de eigenlijke balzak (tunica) ingesneden en wordt de testikel uit de balzak gehaald. De zaadstreng (ductus deferens) en de bloedvaten worden afgebonden en doorgeknipt en de testikel kan worden verwijderd. Dit alles wordt ook bij de tweede bal gedaan. Daarna worden de onderhuid en de huid gehecht. De huid wordt intradermaal gehecht zodat de hond de hechtingen niet kan uitbijten. Reuen hebben wel vaak de neiging om aan de wonde te likken dus wordt er een Medical Pet Shirt aangedaan die de wonde bedekt (of evtl. een kraag).
 Als alles klaar is, gaat uw hond naar de hospitalisatieruimte waar hij kan uitslapen. Als hij goed wakker is en weer goed kan lopen mag u hem komen ophalen. U krijgt antibiotica en pijnstiller mee om thuis gedurende enkele dagen verder te geven
 

Het is mogelijk om een reu tijdelijk te castreren via een ‘chemische castratie’. De reu krijgt dan een injectie waardoor de productie van testosteron tijdelijk stilgelegd wordt.

Een kater is geslachtsrijp op de leeftijd van ongeveer 6 maanden. De castratie kan gebeuren op deze leeftijd maar ook vroeger
(zie wetgeving 7/ Identificatie en registratie).
 

De voordelen van castratie zijn: 

-minder kans op sproeien of plassen in huis

-minder sterke urinegeur

-minder drang van de kater om buiten te gaan zwerven en daardoor minder kans op vechten met andere katten

-geen kans meer op ongewenste kittens

 Het enige nadeel is dat de kater dikker kan worden. Dit kan voorkomen worden door een aangepast dieet te geven na de castratie.


Hoe gaat een castratie in zijn werk?

U kunt een afspraak maken wanneer de castratie gaat plaatsvinden. Die ochtend brengt u de kater nuchter binnen. Hij wordt gewogen en ik luister naar het hart en de longen. Vervolgens krijgt hij een injectie met narcosemiddel. Zodra hij slaapt krijgt hij een antibioticum en een pijnstiller. Vervolgens wordt het scrotum geplukt. Hierna wordt de kater naar de operatiekamer gebracht en eventueel aan de gasanesthesie (zuurstof met isofluraan) gelegd (dit vnl. bij raskatten en risicopatiënten). Hierna wordt het operatieveld gescrubd en ontsmet en met steriele doeken afgedekt.  Vervolgens worden beide teelballen verwijderd via 2 incisies, waarbij de zaadstreng en het bloedvat afgebonden wordt. Deze incisies blijven open na de operatie.

Hierna gaat de kat naar de hospitalisatieruimte waar hij onder een warmtelamp uitslaapt en bijkomt (evtl. in een zuurstofkooi).

Wanneer uw kat wakker genoeg is kan u hem ophalen. Eventueel wordt een Medical Pet Shirt of kraag meegegeven om likken en / of bijten aan de wonde te voorkomen.