Tandverzorging


Tandverzorging

Het paardengebit bestaat uit verschillende gebitselementen:

Snijtanden dienen om voedsel vast te grijpen en af te snijden. De lippen, tong en wangen verplaatsen het voedsel vervolgens naar de maaltanden. Een paard gebruikt zijn snijtanden ook voor sociaal gedrag, zoals verdediging en ‘grooming’.
Paarden hebben 6 boven- en 6 ondersnijtanden. De meeste veulens worden geboren zonder snijtanden, de binnenste snijtanden komen enkele dagen na hun geboorte tevoorschijn. Binnen de eerste 5 levensjaren van het paard zullen de melksnijtanden doorkomen en vervangen worden door hun permanente snijtanden.

De maaltanden worden ook wel de kiezen of (pre-) molaren genoemd. De maaltanden zijn het belangrijkste element in het gebit, een paard kan overleven zonder snijtanden, maar zeker niet zonder zijn maaltanden. Zoals al eerder vermeld is de functie van deze tanden het fijnmalen van plantaardig voedsel, zodat de verdere vertering plaats kan vinden.
Paarden ontwikkelen in totaal 36 maaltanden; 12 premolaren uit het melkgebit, 12 permanente premolaren en 12 permanente molaren. De anatomie van de (pre-)molaren staat toe dat er correcties gedaan kunnen worden door middel van het wegnemen van tandweefsel (vijlen/slijpen).

Haaktanden worden ook hengstentanden genoemd. Deze tanden hebben alleen een sociale functie. Ze dienen namelijk als wapens bij gevechten. Hengsten (en ruinen) ontwikkelen haaktanden, ze komen slechts af en toe voor bij merries. Bij merries zijn deze dan een stuk kleiner.
Paarden kunnen 4 haaktanden ontwikkelen en deze komen door tussen hun 4e en 6e levensjaar.
De haaktanden worden door mensen regelmatig verward met de wolfskies.

Wolfstandjes zijn rudimentaire kiesjes. Ze hebben geen functie en zijn een overblijfsel van de evolutie.

De wolfskiesjes bevinden zich vaak voor- of tegen de eerste premolaren in de bovenkaak. Soms worden ook wolfkiesjes in de onderkaak aangetroffen.
De vorm, het aantal en de locatie van de wolfkiesjes kan dus verschillen per paard. Het is zelfs zo dat sommige paarden nooit wolfkiesjes ontwikkelen. Wolfkiezen komen door rond de leeftijd van 6-12 maanden.

Doordat ze ter hoogte van het bit voorkomen kan een bit irritatie veroorzaken. Het bit schuurt over deze tandjes die dan ook vaak los komen te zitten.
De wolfstanden worden dan ook best getrokken zelfs voordat ze beginnen te irriteren. Dit gebeurt steeds onder verdoving en mag dus enkel door een dierenarts gebeuren!
 

 

Paarden bezitten hypsodonte tanden dwz tanden die hun hele leven lang blijven doorgroeien.
Elke tand slijt ongeveer 2 tot 3mm per jaar.
De meeste merries hebben 38 tanden (12 snijtanden, 24 kiezen plus 2 wolfstanden). De hengsten (en ruinen) hebben 4 extra haaktanden.


 

Het paard heeft een zeer efficiënt gebit waarmee (ruw)voeder fijngemalen wordt en zo een optimale vertering kan plaatsvinden ter hoogte van het darmstelsel. In het wild spendeert het paard het grootste deel van zijn tijd aan het zoeken, opnemen en kauwen van een eerder laag energetisch ruwvoer. Domesticatie van het paard en het gebruik van het paard als sportpaard resulteerde in toenemende problemen met het gebit o.a. door het vervangen van een deel van het ruwvoer door krachtvoer, en zo dus ook minder kauwbewegingen, maar ook door het gebruik van het bit en eventuele stalondeugden zoals kribbebijten.

De bovenkaak van een paard is breder dan de onderkaak, dus in rust maken de kauwvlakken maar gedeeltelijk contact.

Een paard kauwt zijn voedsel door maalbewegingen. Veelvuldig voorkomende tandproblemen bij het paard zijn o.a. emaillepunten, dit zijn scherpe punten aan de buitenzijde van de bovenkaak en aan de binnenzijde van de onderkaak, die op termijn wondjes kunnen veroorzaken t.h.v. de tong en wangen. Deze kunnen pijn veroorzaken tijdens het eten en rijden.

De maalbewegingen in de mond zijn afhankelijk van het soort voer. Bij het eten van ruwvoer is de maalbeweging groter dan bij het eten van
krachtvoer. Een paard dat dus veel krachtvoer krijgt en weinig ruwvoer zal makkelijker emaillepunten ontwikkelen.
Ook de aanwezigheid van wolfstandjes, dit zijn kleine onvolledig aangelegde kiesjes in de bovenkaak, kunnen problemen geven tijdens het rijden.

Jonge paarden kunnen last hebben van hun gebit tijdens het wisselen van de kiezen.

Oudere paarden hebben vaak openingen (diastema) tussen de kiezen wat resulteert in abnormale slijtage van de tegenoverstaande kiezen, die dan kunnen blijven doorgroeien.
 


Talrijke symptomen kunnen wijzen op tandproblemen zoals: trager eten, vormen van proppen tijdens het eten, vaker koliek of makkelijker slokdarmobstructie, vermageren,…maar ook weerstand/verzet bij het rijden.
Voorkomen is beter dan genezen. Zo raad ik aan om het gebit van uw paard minstens 1 x per jaar te laten controleren en indien nodig bijraspen van emaillepunten en onregelmatigheden. Bij oudere paarden of paarden met een afwijkend gebit kan een frequentere verzorging noodzakelijk zijn.
Om een optimale tandverzorging toe te laten beschik ik over een elektrische tandrasp. Tandverzorging van uw paard kan zowel aan huis als bij mij op de praktijk. Voor meer gespecialiseerde ingrepen zoals het opvullen van diastema’s (openingen tss de kiezen) kan ik beroep doen op een gespecialiseerd collega die dit hier bij mij op de praktijk komt doen.